pisang

“Ik heb een bananenbrood voor jullie gebakken”, zei onze gastheer. En met een gul gebaar, sneed hij heerlijke dikke plakken af.   ”Waarom noemen we dat toch brood, het is toch een cake”, zuchtte zijn vrouw, met volle mond. Die cake was onweerstaanbaar.
“Bij ons  thuis”, antwoorde de gastheer, die van geboorte een Zuid-Afrikaan is, “noemen we het pisang brood”

Pisang! Het lijkt een mensenleven geleden dat dat ik dat woord gehoord heb. Als ik het nu nog tegen kom, is het in pisang goreng. Hmmm zo lekker…hebben jullie dat ook: je hoeft het woord maar te horen, of je krijgt trek…Het is een jeugdzonde, het is verboden fruit, je wordt er dik van, maar je eet het toch, omdat het zo lekker is…

 In mijn jeugd was pisang een heel gangbaar woord. Het was het woord dat Indische mensen en Indie-gangers gebruikten voor banaan. Maar het was veel meer dan dat, met pisang kon je nogal wat kanten op.

Als je pech had, dan was je de pisang. Of de pineut. De woorden lijken in klank wel op elkaar, maar of ze ook daadwerkelijk iets met elkaar te maken hebben? Ik durf het niet te zeggen, ik jon het nergens vinden.
Maar ik weet wel wat anders. Let op! Je kon de pisang zijn of de sigaar, dat waren de nette varianten op…precies, de piel of de lul zijn.

Een andere betekenis was: rare pisang, iemand die afwijkt van het gebruikelijke. Die uitdrukking kan ik me van vroeger ook nog wel herinneren. Nu zou ik toch wel twee keer nadenken, voor ik hem gebruikte, moet ik eerlijk zeggen. Die pisang is helemaal uit ons vocabulaire verdwenen. En zijn plaats is nauwelijks ingenomen door het woord banaan. Na heb je bananen in je oren en gaan met die banaan, zijn we wel klaar met die pisang.

Like
1
2 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

:bye: 
:good: 
:negative:  
:scratch: 
:wacko:  
:yahoo: 
B-) 
:heart: 
:rose:   
:-) 
:whistle: 
:yes: 
:cry: 
:mail:   
:-(     
:unsure:  
;-)