Leuren en sleuren

Leuren en sleuren, wat een geweldige woorden zijn dat. Zelfs als je geen idee zou hebben, wat ze betekenen, dan nog begrijp je direct.
Het klinkt gewoon zwaar, loodzwaar: in gedachten zie je een man met een handkar die hij een brug moet opduwen, de bietenbrug waarschijnlijk. Of je ziet – ooooh echt zielig – zo’n hondenkar met een louche verkoper ernaast.
Wat betekent leuren?
Leuren betekent: langs de deuren gaan om iets te verkopen. Een ander woord is venten. Figuurlijk zeg je dat iemand met iets loopt te leuren als hij een idee, een plan of een product overal aanbiedt en er maar niet vanaf komt. Het woord heeft dus bijna altijd een wat negatieve klank.
Leuren betekent eigenlijk alleen maar huis aan huis verkopen. Venten kan je ook zeggen. Het woord leuren is weer afgeleid van loren. En loren zijn vodden en in 16-de -eeuws Nederlands: waardeloze voorwerpen. In het vroeg Nederlands betekende loren ook wel bedriegen : loren ende soren
lorren en leuren
Zie je hoe aan dat loren en leuren steeds een beetje een nare betekenis kleeft? Die koopmannen die langs de deur gingen, ze hadden geen echt goede naam. Best wel vreemd in een tijd dat er nauwelijks winkels waren en de boerin wel op de man die langs de deur kwam leuren aangewezen was…
Maar ja, ook toen was het ons kent ons, en zo’n man die maar zo af en toe langskwam, die kende men niet. En onbekend maakt onbemind. Arme leurende verkoper…
Wat nog veel grappiger is, is dat in onze tijd waarin er nooit meer eens iemand met garen, band of borstels lang de deuren komt, het woord leuren nog steeds een negatieve betekenis heeft.
We doen het nu niet meer letterlijk, met een zware mand of hondenwagen langs de deur, maar geestelijk leuren, is ook niet leuk.
we hebben het nog erger gemaakt
Sterker
nog, dat is zo niet leuk, dat we het nog erger gemaakt hebben!
We leuren niet alleen we sleuren ook nog!
Die arme hond van de hondenkar heeft het begeven, de man sleept nu zijn waren
zelf door de straten….Die kar is niet tegen die brug op te krijgen…
Zouden wij het nu zwaarder hebben dan die leurder van 200 jaar geleden?
Wat betekent sleuren?
Sleuren betekent: iets of iemand met moeite of ruw voorttrekken, slepen. Je sleurt een zware koffer de trap op, of een kind wordt aan zijn arm meegesleurd. Het woord sleur, de dagelijkse routine waar geen verrassing meer in zit, is ermee verwant.
Leuren en sleuren in een zin
- Hij leurt al maanden met zijn manuscript langs uitgeverijen.
- Vroeger kwam de marskramer langs de deur leuren met garen en band.
- Ze moest de boodschappen drie trappen op sleuren.
- Hij werd door de stroming meegesleurd.
Waar komt het woord leuren vandaan?
Leuren komt van het oude woord leur of lor: een vod, een prul, iets van weinig waarde. Wie leurde, verkocht dus letterlijk prullen. Datzelfde leur zit ook in teleurstellen. Dat was oorspronkelijk te leur stellen: iets op niets laten uitlopen.










