reserveband

Ik kan je niet vertellen hoe ik baal van die reserveband. Gossie possie, wat heb ik meer dan genoeg van dat ding.
Nee, ik bedoel niet de reserveband die in de garage staat, die band vind ik meer een mannending. Pardon, een mensending natuurlijk. Of, nou ja…een mensending voor mensen die zich met auto’s bezig houden. Mannen dus.

Ik heb het over de autoband om mijn middel. Een dikke opgeblazen autoband, die vastgekleefd zit om mijn middel en die trefzeker verhinderd dat ik een leuk vlot rokje aantrek. Als ik zo’n rokje over mijn hoofd en schouders laat glijden, blijft het steken. Komt niet verder, zo te zeggen blijft ter hoogte van mijn boezem hangen. Het lijkt nog het meest op zo’n gerimpeld topje dat meisjes van zonnige eilanden boven hun rietenrokjes dragen. Oeps, moest dat meisjes ook niet mensjes zijn? Nou ja, vul zelf maar even in, wat je gepast lijkt. Dan kan ik verder met mijn verhaal.

Omdat een kledingstuk van boven naar onder aantrekken niet lukte, probeerde ik het van onder naar boven. Ik nam daarvoor een spijkerbroek. Ook dat was geen succes. Ik kon het ding niet omhoog krijgen en het lopen ging wel heel moeilijk, met een hele broek op mijn enkels. Bovendien had iedereen vrij uitzicht op mijn kanten ondergoed. Ondergoed, is toch tamelijk privé, vind je niet?

Ik wel, en ik besloot me in een veelkleurige kimono te hullen. Dat werkte prima. Omhulde me volledig, geen ondergoed meer te zien.  Maar gelukkig was ik er natuurlijk niet mee. Er is beperkt keuze in kimono’s en de reserveband verdween er niet mee. Ik besloot dat ik met die reserveband en kimono moest leren leven. Ik hield mezelf voor dat ik niet minder was, met band.
Maar – eerlijk is eerlijk – makkelijk vond ik het niet.

Op een dag wandelde ik door het park. Het was mooi weer, het zonnetje scheen. Op het grasveld stond een skelter, helemaal alleen. “Goh”, zei ik tegen die skelter, “wat doe jij hier zo in je eentje?”

Dat had ik niet moeten zeggen, het ding ( dat is gelukkig onzijdig) begon te snikken. “Mijn achterbanden hebben het begeven. En nu moeten ze me niet meer.” Ontroostbaar was het.
Dat was het moment dat ik de bedoeling van het universum begreep. “Neem mijn reserveband maar”, zei ik. “Die is groot genoeg voor twee achterbanden”

En bij toverslag, verdween mijn reserveband en reed de skelter weg. “Bedank!!” hoorde ik hem nog roepen. Maar ik had geen aandacht meer. Ik klemde mijn kimono om me heen en rende naar huis…
Zoals in een goed sprookje betaamt, was alles goed afgelopen, ik wilde dat niet bederven.

meer fictie lezen? lees dan : en toen was er zon

Like
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

:bye: 
:good: 
:negative:  
:scratch: 
:wacko:  
:yahoo: 
B-) 
:heart: 
:rose:   
:-) 
:whistle: 
:yes: 
:cry: 
:mail:   
:-(     
:unsure:  
;-)