Fictie

Dag meneer ( een monoloog )

meneer
anneke de jong
Geschreven door anneke de jong

Dag meneer

‘Mag ik u wat vragen? U zult wel denken wie is die vrouw die mij zomaar aanspreekt. Ken ik haar? Het spijt me als ik u heb doen schrikken. Dat was niet mijn bedoeling en misschien overviel ik u ook wel, maar het houdt me zo bezig. Want weet u, er zijn soms van die vragen in mijn hoofd. Als glimwormpjes krioelen ze dwars door alles heen en lichten ze om beurten op. Gek word ik ervan. Dan vergeet ik de hond uit te laten of de boodschappen te doen voor het avondeten. Op zulke dagen ben ik altijd blij dat er iemand is die even naar me wil luisteren. Al was het maar om één vraag te kunnen beantwoorden zodat ik die kan afstrepen. Dat geeft al wat lucht.

Heeft u dat ook weleens, meneer? Dat je je zomaar ineens afvraagt of het allemaal wel goed komt? Mijn man zegt dat ik niet zo moet tobben. ‘Wat schiet je daar mee op?’ Vraagt hij dan. Maar eigenlijk luistert hij nooit meneer, als ik hem iets vraag. Ja, wel als ik vraag of hij nog een biertje wil. Maar dat zijn natuurlijk niet de vragen waar het om gaat. Een biertje kan hij zelf ook wel pakken. Dat hoef ik hem niet eens te vragen.

Laatst heb ik dagen lopen denken aan hoe alles ooit is begonnen.

U begrijpt me niet hé? Ik zie het aan uw gezicht. Ja, ik kijk altijd goed naar mensen. Daar leer ik van. Ik weet precies wanneer iemand mij niet begrijpt. Ach ik kan het u ook niet kwalijk nemen. Ik begrijp mezelf soms ook niet. Vanmorgen stond ik voor mijn kast met allemaal vreemde jurken er in. Vreemde jurken, meneer! Van een andere vrouw! Ik schrok me dood. ‘Wie heeft die daar neergehangen?’ Vroeg ik aan mijn man. Hij keek me alleen maar aan en liep toen weg.

Soms denk ik weleens: gaat het wel goed met hem? Daarnet nog, toen ik vroeg of hij de hond niet moest uitlaten. ‘We hebben geen hond!’ Zei hij. ‘Nooit een hond gehad ook!’ Hij zei het vriendelijk maar in zijn ogen zag ik dat hij boos was. Of toch niet en was het iets anders. Nou ja, er was in ieder geval iets aan hem wat ik niet kende. Zou hij die jurken daar hebben opgehangen? Ik wil het hem wel vragen meneer, maar ik ben bang voor wat hij dan gaat zeggen. Ik heb ze wel gehoord, hoor, Lena en hij. ‘Het is beter zo, pa!’ zei Lena. Is dit het wat ze bedoelden? Moet ik voortaan deze jurken aan?

En daarom loop ik hier, meneer. Ik wil geen jurken dragen van een ander!

Maar het wordt al donker. Ik moet naar huis. Moeder wacht. Fijn dat u even naar me wilde luisteren.

Dag meneer!’

©anneke de jong

Lees ook van Anneke  Poldertocht

Like

Over de auteur

anneke de jong

anneke de jong

2 reacties

Geef een reactie