Fictie

Kan jij nou nooit eens…

gewoon doen
Felice
Geschreven door Felice

De zachte zomerse motregen, was langzamerhand veranderd in een niet ophoudende bui.
Zo’n bui die je ongemerkt doorweekte, die je natter dan nat maakte.
Omdat ze geen regen verwacht had, toen ze vertrok, had ze haar gympjes aangedaan. Die sopten nu aan haar voeten. “Niks is zo erg”, dacht ze “als natte schoenen”.
Ze kon zich herinneren hoe ze als kind haar witte sokjes uit deed als het regende: blote natte voeten in sandalen, dat was helemaal niet erg, maar natte sokken!
“Mal kind”, mopperde haar moeder dan, als ze weer eens een paar sokken uit de zakken van haar jasje viste. “Kan jij nou nooit eens een keer gewoon doen?”

Gewoon doen. Als kind had ze eigenlijk nooit begrepen wat daar nu mee bedoeld werd. Het woord werd vaak genoeg gebruikt, maar als kind had ze het nooit begrepen. Het was toch bijvoorbeeld heel gewoon dat je geen natte kleffe sokken aan je voeten wilde? Het was toch ook heel gewoon dat je het chocolaatje op je taartje tot het laatst bewaarde, omdat dat het aller, allerlekkerste was?
Waarom was het niet gewoon om de hele weg naar school te huppelen?

Toen ze wat ouder was begreep ze “gewoon doen” nog niet echt, maar ze had ontdekt dat het er vooral om ging wat iedereen deed. Gewoon was dus wat iedereen deed.
Het klonk makkelijker dan het was, maar ze was een slim meisje en leerde om heel snel, heel goed te kijken, wat anderen deden en vooral wat ze niet deden.
Tegen de tijd dat ze achttien was, zei haar moeder nooit meer: “kind doe toch gewoon!”
Zelfs niet toen ze op kamers ging wonen.

Zelfs niet toen ze de muren van haar kamer paars schilderde. En ze had rondgekeken, dat was beslist niet normaal.
Haar moeder had ook niks gezegd toen ze haar degelijke studie Nederlands na een jaar eraan gaf en naar de Rietveld academie ging. Maar toen haar vader met zijn vuist op tafel had geslagen en geroepen had dat hij daar niet voor ging betalen, had ze niet geprotesteerd. Het “kan jij nou nooit een keer…” had zwaar in de lucht gehangen.

Ze had het niet erg gevonden, werkstudente te zijn. De onafhankelijkheid paste haar. Toen haar vader na een jaar had aangeboden financieel toch bij te springen, had ze dat vriendelijk maar beslist afgeslagen. De blik van herkenning in zijn ogen, was haar beloning.

Regen.

De regen leek even op te houden, maar dat bracht geen opluchting. Nu voelde ze pas echt dat ze tot haar hemd toe nat was. Kletsnat, moe en koud? Dat is in hartje Amsterdam geen probleem.
Ze liet de up-to-date yuppen cafeetjes met al hun verschillende soorten koffie en thee links liggen, drie straatjes verder wist ze een klein cafeetje met nep Perzische kleedjes en maar een soort koffie.

Ze stapte naar binnen en ging aan een tafeltje zitten, in de onvermijdelijke spiegel zag ze haar compleet doorgelopen mascara. Van de regen? “Kind”, zei ze tegen zichzelf, terwijl ze haar camera te voorschijn haalde, “kan jij nou nooit eens normaal doen?” Ze schoot een foto van haar reflectie in de spiegel.

 

lees ook:  de kleerkast die zich-zelf vulde

Like

Over de auteur

Felice

Felice

Geef een reactie