• Welkom op VrouwenPower: het forum voor vrouwen die weten wat ze willen

  • Oma en het aquarium


    Bijlage 386

    Hij zat op zijn hurken voor het grote groene aquarium. De vissen zwommen stilletjes van het ene hoekje van de bak naar het andere hoekje. En soms - om de sleur te doorbreken- maakten ze een ommetje door het kasteeltje met de open poort dat links van het midden in de bak stond.


    Het was opa’s trots en glorie geweest: het aquarium met de tropische vissen. Uren lang was opa er mee in de weer geweest. De bak schoonmaken, nieuwe planten, voeren. Opa had hem de namen van alle vissen geleerd. De Betta Splendens met haar protserige paarse vlekken en zwierige staart, de Symphysodon aequifasciatus of te wel de discusvis. Opa was er trots op dat hij de Latijnse namen kende en stond er altijd op dat zijn kleinzoon niet met minder tevreden was, dan dat hij ook al die moeilijke namen zonder moeite kon uitspreken.


    “De trots van de kleine man”, dacht de jongen bitter. “Ik heb dan wel niet gestudeerd, maar kijk mij eens al die vissen moeiteloos met hun Latijnse naam aanspreken. Het was alsof”, peinsde hij ,” het kennen van dure woorden, je ook duurder maakte.. Dat eeuwige tekortgedane gevoel, ik ben heus wel iemand, al heb ik niet doorgeleerd. ”


    Het had bij zijn grootvader in alles doorgeklonken. Het had hem bitter gemaakt. Zijn kinderen hadden moeten studeren. Maar op de een of andere manier was het daar nooit van gekomen. Vijf kinderen waren er geweest. Drie jongens en twee meisjes. Het jongste kind, een van de twee meisjes was gestorven toen ze 10 was. Zijn moeder, het andere meisje, kon er nog de tranen van in de ogen krijgen, de zeldzame keren dat ze erover sprak.
    “Er was geen geld voor medicijnen “, zei ze dan. “Zo was dat vroeger”


    Zonder dat hij het merkte was oma binnen geschuifeld. Ze zag er aandoenlijk uit, in haar dikke witte ochtendjas, haar voeten in dikke wollen sokken. Het leek zolang geleden dat hij als kind bij haar gelogeerd had. Dat ze hem voorlas, grapjes met hem maakte en beschermde tegen de boze wereld door haar armen om hem heen te slaan en pannekoeken te bakken.


    Nu probeerde hij haar te beschermen. Want ook al was opa een norse man, die in zijn dementie alleen maar norser werd, zij had van hem gehouden. En het moest eenzaam voor haar zijn, nu hij ineens ergens anders woonde.


    “Kan ik wat voor u doen, oma ”, vroeg hij. “Nee jongen, nee” antwoorde ze wat vaagjes. “Jij kon zeker ook niet slapen”
    Ze waren allebei stil. Zo’n rustige warme stilte tussen twee mensen die elkaar begrijpen.
    “Ik haat die vissen”. Het kwam zo onverwacht en zo hard uit haar mond, dat hij ervan schrok.
    Ze zag zijn schrik en probeerde ( moeder die zie tot in haar vezels was) onmiddellijk de zaken te bagatelliseren: “Ach dat meende ik niet, vergeet maar dat ik dat gezegd heb” .
    Hij aarzelde: het klonk zo hartgrondig en diepgemeend, zou het oma niet eens goed doen te zeggen wat ze op haar hart had? Aan de andere kant…zou hij een onthulling aankunnen?
    Hij hield veel van zijn oma en had al sinds hij de leeftijd had bereikt dat je over mensen na gaat denken, het gevoel gehad dat haar iets dwars zat, dat nog zwarter, nog naarder was, dan het verlies van Rosalie.


    Hij haalde diep adem en sloeg zijn arm om oma heen, trok haar tegen zich aan. De wereld is nu echt omgekeerd, dacht hij toen hij voelde hoe oma zich liet troosten.
    “Waarom dan?” vroeg hij zachtjes, “waarom haat je ze zo..”
    Het was stil. Een stilte die een eeuwigheid leek te duren.
    “Er was”, zei toen een zachte stille stem, “altijd geld voor dat aqurium. Altijd. Ook toen we bijna geen geld hadden. Ik mag toch wel een hobby, zei hij dan. Ik heb toch ook wel ergens recht op… Er was geen geld meer om voor Rosalie medicijnen te kopen, omdat hij de dag daarvoor, zo nodig een vis moest kopen. Een Pterophyllum scalare” Ze spuugde het woord uit. De woede en het venijn waarmee ze het woord uitsprak, schokte hem bijna net zo erg als het feit dat ze dus al de Latijnse namen bleek te kennen.


    Hij zei niets en sloeg zijn arm nog vaster om haar heen. Ze zuchtte en ging verder met haar normale zachte stem “Na Rosalie’s dood, heb ik hem gesmeekt die vissen weg te doen. Hij werd woedend. Ik begreep hem niet, ik begreep niet dat hij die vissen nu juist nodig had.”
    “En hij heeft ze nooit weggedaan”, zei de jongen. “Nee”, zei de oude vrouw.
    En toen was het stil.


    “Zullen we ze weg doen?”, zei hij. “Nu?”, vroeg ze. “Hoe wil je dat doen dan?”
    Daar had hij nog niet over nagedacht, maar het leek hem niet het juiste moment om daar over te beginnen. “We gooien ze in de sloot hierachter”, improviseerde hij. Oma maakte zich los uit zijn arm, ze leek te groeien. “Ik ben te ver gegaan” schoot door zijn hoofd.
    “In de sloot”, mompelde ze en toen wat harder, “in de sloot… Dat ik daar zelf nooit opgekomen ben! Wat een geweldig idee!! Kom we gaan!.”
    “Maar dan moet u wel eerst uw pantoffels aandoen, anders vat u nog kou en daar kunnen we niet aan beginnen”.
    Voor hij tot 10 had kunnen tellen, was oma terug. En voor hij goed en wel besefte wat hij aan het doen was, stond hij met de bak met vissen bij de sloot.
    “Een, twee, drie !”riep oma. En hij kieperde de bak om boven de sloot….
    Ze keken elkaar aan. De jongen zag iets in de ogen van zijn oma wat hij nog nooit eerder had gezien.
    Een diepe voldaanheid.

    Reacties 2 Reacties
    1. Marith's Avatar
      Marith -
      Hoe diep iets kan zitten.......
    1. Felice's Avatar
      Felice -
      Heel diep Marith, denk ik
Volg ons